• Belgische voertuigindustrie is ‘place to be’ voor jong technisch talent

    Naar aanleiding van het autosalon in januari peilde Agoria naar het aantal vacatures in de Belgische voertuigsector. Wat bleek? Een 30-tal bedrijven heeft zo’n 300 openstaande functies. Wat is er aan de hand en is er hoop op verbetering? De gemediatiseerde sluiting van verschillende autoassemblagefabrieken wierp een smet op het imago van de auto-industrie. Dat

    Read more

    Belgische voertuigindustrie is ‘place to be’ voor jong technisch talent

    Naar aanleiding van het autosalon in januari peilde Agoria naar het aantal vacatures in de Belgische voertuigsector. Wat bleek? Een 30-tal bedrijven heeft zo’n 300 openstaande functies. Wat is er aan de hand en is er hoop op verbetering?

    De gemediatiseerde sluiting van verschillende autoassemblagefabrieken wierp een smet op het imago van de auto-industrie. Dat is betreurenswaardig, want de branche is ontzettend belangrijk voor de Belgische economie. Meer dan 85.000 mensen zijn er actief in meer dan 300 bedrijven. De totale sector is goed voor maar liefst 10 procent van de totale Belgische export. Ook de toekomst ziet er goed uit, ook al zit de automotive in een transitiefase.

    België blijft een autoland

    De Belgische auto-industrie wapent zich voor de toekomst. De focus verschuift van assemblage naar productie van componenten met een hoge toegevoegde waarde. België is hier een uitstekende voedingsbodem voor: we beschikken over de knowhow, de ervaring en de logistieke infrastructuur. De autofabriek van de toekomst heeft zeker een plaats in België.

    Industry 4.0

    Een moderne wagen is het kruispunt van verschillende ingenieursdisciplines. Slimme technologie stuurt alle componenten aan. Everything is connected: de Google Car, een slimme zelfrijdende wagen, en de autovariant van de iPhone zitten eraan te komen. Daarom transformeren ook de fabrieken. Het tijdperk vanindustry 4.0 is aangebroken. Werknemers bouwen niet langer auto’s, ze bedienen en regelen de machines die ze bouwen. Dankzij die verschuiving houden we de productie van auto’s en componenten in Europa.

    Technologie is hip

    Die technologische omwenteling spreekt jongeren aan. Het technisch onderwijs vindt steeds makkelijker de aansluiting met de nieuwe industrie. We zijn er nog niet maar het gaat zeker de goede kant uit. Steeds meer studenten – ook meisjes – kiezen voor een technische opleiding.

    Die trend trok zich op gang in 2012 en 2013, dus is het nog even wachten vooraleer de auto-industrie daar de vruchten van kan plukken. Maar technisch geschoold talent is gegeerd op de arbeidsmarkt. Daarom moet de automotive zijn troeven meer in de verf zetten en studenten al vroeg aanspreken. Meewerken aan de auto en het voertuig van de toekomst, in de fabriek van de toekomst? Dat moet toch als muziek in de oren klinken van wie nu nog in de schoolbanken zit…

    Bert Mons
    Director Agoria Transport Systems & Solutions

    Back

  • Technologie wordt game changer voor garagebedrijf

    Wat staat er in de garagesector in de nabije toekomst te gebeuren? Er zetten zich momenteel een aantal trends en ontwikkelingen door die de druk op autobedrijven opvoeren en hen verplichten om hun verdienmodel bij te stellen. De nieuwe technologieën en het veranderende consumentgedrag maken dat het garagebedrijf gaat steeds meer van een transactie-gedreven economie

    Read more

    Technologie wordt game changer voor garagebedrijf

    Wat staat er in de garagesector in de nabije toekomst te gebeuren?

    Er zetten zich momenteel een aantal trends en ontwikkelingen door die de druk op autobedrijven opvoeren en hen verplichten om hun verdienmodel bij te stellen. De nieuwe technologieën en het veranderende consumentgedrag maken dat het garagebedrijf gaat steeds meer van een transactie-gedreven economie naar een aanpak waar de betekenis van een product of dienst het belangrijkste verkoopargument wordt. Het is niet meer bezig zijn met auto’s verkopen. Wel om “klant en auto” gedurende de hele levenscyclus aan zich te binden. Retailers werken aan een roadmap om met het internet meer sales en aftersalesdiensten te verkopen. Als eerste moeten ze zich focussen op een gezamenlijk begrip van de veranderende retail en de competenties van hun medewerkers. Dit is overigens een rol die EDUCAM in de sector opneemt. Pas dan kunnen bedrijven succesvol zijn in deze continu veranderende markt. Er is trouwens een grondige verschuiving aan de gang van eigendom (bezit dus van het voertuig)  naar gebruik. Meer en meer zijn klanten geïnteresseerd in de gebruikskost (bijvoorbeeld: voordelen aller aard) dan de kostprijs van het voertuig. Service wordt belangrijker dan verkoop en hiermee schuift het verdienmodel ook op van verkoop naar meer dienstverlening.

    Het verzamelen van data  van zowel klant als voertuig is essentieel om als autodealer te kunnen inspelen op de wensen en verwachtingen van zijn klanten. Om waarde toe te voegen aan de geleverde service, moet de dealer de klant voortdurend  monitoren en met hem in contact treden.

    Daarom is er wellicht in het toekomstbeeld plaats voor een speciaal serviceteam dat online zal inspelen op de 24-uurseconomie waarin we leven. De dealer moet dus nog veel meer dan nu slim gebruik maken van de technologie die in de auto’s wordt verwerkt (“telematics/connected cars”). Een soort van groot schakelbord waarin al de meldingen van het rijdend wagenpark zelf binnenkomen. De dealer kan hiermee de regie op servicebeurten en herstellingen in zijn werkplaats opvolgen. Maar ook allerlei nieuwe diensten ontwikkelen voor mensen die onderweg zijn. En om het verhaal compleet te maken zal het autobedrijf, naast auto’s, ook nog andere vormen van mobiliteit aanbieden zoals scooters, (elektrische) fietsen en deelauto’s.

    Het op termijn introduceren van de zogenaamde “autonomous cars” (of voertuigen zonder bestuurder) zal het autoschadeherstel eveneens grondig doorheen halen. Veruit de meeste ongevallen zijn aan menselijke fouten toe te schrijven. Voeg daarbij de opmars van “smartrepair” en het business-model van carrosseriebedrijven is eveneens aan herziening toe.

    Samengevat is het zo dat auto’s zullen worden verkocht met aanvullende service of zelfs met een all inclusive pakket, zodat de klant terug blijft komen voor zijn verzekering, reparaties, onderdelen, onderhoud en zelfs zijn brandstof. De auto wordt voor het dealerbedrijf dus een middel om structureel winst mee te genereren. In de telefoniemarkt is het net evenzo: je verkoopt een toestel, maar je verdient aan het gebruik.

    EDUCAM is binnen deze transformatie de strategische partner van de autosector.  Samen delen we de volgende gemeenschappelijke visie: bevorderen dat de mobiliteitssector, nu en in de toekomst, kan beschikken over voldoende en goed opgeleide/gekwalificeerde medewerkers en werkgevers. Meer over technologie, innovatie, kennis en talent in de autosector vind je op www.startyourfuture.be

    Back

  • Internationaliseren: een noodzakelijke uitdaging!

    Vlaamse technologiebedrijven hebben nu al 1209 filialen in het buitenland, een stijging met 61 procent op amper tien jaar tijd. De 180 moederbedrijven bieden werk aan 137.500 mensen, waarvan 50.900 in Vlaanderen en 86.600 in het buitenland. Ook in de voertuigindustrie zien we deze trend zich aftekenen. Denken we maar aan bijvoorbeeld Punch, producent van

    Read more

    Internationaliseren: een noodzakelijke uitdaging!

    Vlaamse technologiebedrijven hebben nu al 1209 filialen in het buitenland, een stijging met 61 procent op amper tien jaar tijd. De 180 moederbedrijven bieden werk aan 137.500 mensen, waarvan 50.900 in Vlaanderen en 86.600 in het buitenland. Ook in de voertuigindustrie zien we deze trend zich aftekenen. Denken we maar aan bijvoorbeeld Punch, producent van automatische transmissiesystemen, dat nu al jaren met succes ook in China aanwezig is.  Maar ook producent van o.m. uitlaten Bosal is met meer dan 30 fabrieken wereldwijd een topper.  Bosal opende onlangs nog een productiefaciliteit in China.  En een recent voorbeeld is natuurlijk onze Vlaamse bus- en coachbouwer Van Hool dat ook de stap heeft gezet en in mei van dit jaar zijn eerste buitenlandse fabriek opende in Macedonië.

    Internationaliseren is een noodzaak geworden voor heel wat industriële bedrijven. Oprichten van vestigingen in verre groeilanden en Oost-Europa, is meer dan ooit aan de orde. Daar zijn groeiende markten ontstaan met ook goed geschoolde en betaalbare arbeidskrachten. Maar ook dichter bij huis zit het aantal filialen in Duitsland en Nederland duidelijk in de lift. Zich inpassen in het lokale economisch weefsel, dicht bij de klant, geeft meer en meer een concurrentieel voordeel.

    Opvallend daarbij is dat de bedrijven met buitenlandse filialen het ook beter doen oa. wat betreft behoud van tewerkstelling in Vlaanderen dan bedrijven die niet internationaliseren. Internationaliseren betekent dus niet het gewoon (ver)plaatsen van productie en/of commerciële & service-activiteiten naar het buitenland ten nadelen van de vestigingen hier maar het is wel het integendeel, zoals de praktijk aantoont. Het laat immers veelal toe bijkomende omzet te genereren op basis van een nieuw businessmodel, dat voor de onderneming groeimogelijkheden biedt.

    Onze nieuwe regeringen staan dus nu voor cruciale beslissingen. De huidige kostenniveaus zijn voor onze maakbedrijven niet langer houdbaar en dus zijn dringend ingrijpende maatregelen nodig om hen een zuurstofinjectie te geven én hun internationale competitiviteit te versterken. Tegelijk zullen deze ingrepen onze regio aantrekkelijker maken voor internationale investeerders want ons industrieel weefsel in Vlaanderen wordt best zo vlug mogelijk met nieuwe kennisactiviteiten versterkt.

    Wilson De Pril is Directeur-Generaal van Agoria Vlaanderen

    Back

  • Ja we kunnen het zeker!


    De toekomst ligt in nul uitstoot. Energie is er immers genoeg. Als we even naar de cijfers kijken en we tellen het  vermogen van alle energiecentrales, voertuigen, schepen, vliegtuigen enz. op, dan heeft de wereld vandaag de dag 15 Terra Watt aan geïnstalleerd vermogen. Om u een idee te geven: dat is 7500 keer de

    Read more

    Ja we kunnen het zeker!


    De toekomst ligt in nul uitstoot. Energie is er immers genoeg. Als we even naar de cijfers kijken en we tellen het  vermogen van alle energiecentrales, voertuigen, schepen, vliegtuigen enz. op, dan heeft de wereld vandaag de dag 15 Terra Watt aan geïnstalleerd vermogen. Om u een idee te geven: dat is 7500 keer de kerncentrales van Doel of Thiange.

    Dat lijkt veel, maar is het in feite niet. Zo bedraagt het vermogen aan zonne-energie dat iedere dag de aarde instraalt 85.000 Terra Watt. Er is dus geen energieprobleem, eenvoudige logica zegt dat we de zon als basis moeten gebruiken. Of dit kan? Ja – kijk maar naar het Duitse Desertec plan – maar makkelijk is het niet. Het grote probleem is dat de zon in bijna al haar vormen elektriciteit levert, en die is  moeilijk op te slaan. Alle technologische ontwikkelingen van batterijen de laatste decennia ten spijt, stellen we vast dat het zo niet gaat lukken.

    Daarom moeten we denken aan een nieuwe vorm van opslag, namelijk: waterstof. Waterstof kunnen we immers onder de grond opslaan als gas, om later terug te gebruiken. Om elektriciteit te maken en/of voertuigen aan te drijven via een motor of een brandstofcel. Alweer is Duitsland met Enertrag het voorbeeld. De sterkte van een verbrandingsmotor valt niet te onderschatten. Hij kan vele brandstoffen aan en heeft zijn betrouwbaarheid ruimschoots bewezen. Nog een pluspunt: de waterstofmotor gebruikt geen zeldzame materialen – dé bottleneck voor heel wat nieuwe technologieën. Zeldzame materialen maken de ontwikkeling van deze nieuwe technologieën op wereldschaal immers vaak onmogelijk.

    Moet dan alles waterstof worden? Niet noodzakelijk. Kijk eens goed naar uzelf. Een gemiddelde volwassen persoon kan zonder overdreven inspanningen 200 watt vermogen opwekken. Koppel dit aan een innovatieve kettingloze aandrijving voorzien van een aangepaste energie-opslag, en de weg ligt open voor het human powered vehicle van de toekomst. Ultra licht van gewichten voorzien van alle toeters en bellen zou dit wel eens het personenvervoer van de toekomst kunnen zijn.

    België is hét land van innovatie, alleen zien we het nog te weinig. De eerste commerciële windmolens waren van Belgische makelij. Veel kennis rond waterstof is hier ontstaan, bij ELENCO, de voorloper van het huidige VITO. We ontwikkelen nog steeds de meest innovatieve technologieën zoals 3D printing en top lichtgewicht fietsen. We hebben tal van innovatieve bedrijven, hogescholen en universiteiten. Het ontbreekt ons slechts aan drie dingen: samenwerking, geloof in eigen kunnen en doorzettingsvermogen. Als Thomas More-hogeschool zetten we net in op die 3 dingen, en bieden we graag het platform om samen met u de toekomst verder vorm te geven. Together we can do more!

    Back

  • Valse bescheidenheid ontsiert

    Het autosalon 2014 is alweer een tijdje achter de rug. Bijna 600.000 mensen vonden de show een bezoekje waard. Dat maakt, alle verhoudingen in acht genomen, de Brussels Motor Show tot een van de succesvolste autosalons ter wereld. In een Europese markt die de laatste jaren met 20% gekrompen is toch geen geringe prestatie, vooral

    Read more

    Valse bescheidenheid ontsiert

    Het autosalon 2014 is alweer een tijdje achter de rug. Bijna 600.000 mensen vonden de show een bezoekje waard. Dat maakt, alle verhoudingen in acht genomen, de Brussels Motor Show tot een van de succesvolste autosalons ter wereld. In een Europese markt die de laatste jaren met 20% gekrompen is toch geen geringe prestatie, vooral als je weet dat sommige van onze buurlanden het zelfs niet meer proberen om nog een salon te organiseren. Toch hebben wij Belgen de neiging om over ons salon geringschattend te doen, het stigma van de “louter verkoopbeurs” dat sommigen ons mala fide willen opdringen, zonder morren te aanvaarden. Tijdens het salon kwamen wij in contact met een handvol hooggeplaatste buitenlanders die voor de eerste keer de Brusselse show bezochten. Zonder uitzondering waren ze onder de indruk van de ruimte en de kwaliteit van het salon en van het grote aantal bezoekers. Het wordt hoog tijd dat wij, als (nog steeds) autominnend landje, dat calimero- of minderwaardigheidsgevoel van ons gaan afschudden en een voorbeeld nemen aan (bijvoorbeeld) onze noorderburen: op autogebied zijn zij nooit zo belangrijk geweest als wij, toch slagen zij er nog altijd in om zich in de autowereld als belangrijker voor te doen. In plaats van hen voor die voortvarendheid te benijden, doen we er beter aan ook wat zelfbewuster te worden. Dat geldt op alle vlakken: de autosector is nog altijd een erg interessante, innoverende en voldoening gevende sector om in te werken, of het nu als technieker, ingenieur, verkoper/marketeer of journalist is. Geen reden dus om met de kop in de grond te lopen, wel om er met zijn allen aan te werken opdat ons land een toonaangevende rol kan blijven spelen in de mobiliteit van de toekomst, ook al zijn we niet van de grootste. Innovatie (op alle vlakken) hangt namelijk niet af van de kwantiteit en des te meer van de kwaliteit. Daar moeten we als kleine speler dan ook blijven voor gaan.

     

    Tony Verhelle,

    Hoofdredacteur AutoGids

    Back

  • Hoe komt het dat een klein land als België zoveel getalenteerde autodesigners baarde?

    Aan het autominnende klimaat ligt het alvast niet.  Grote Belgische automerken behoren reeds lang tot het verleden en Freude am fahren werd de voorbije decennia deskundig de das omgedaan.  Verkeersinfrastructuur en urbanisatie zijn vaak chaotisch en het onderhoud aan de wegen loopt voortdurend achter de feiten aan.  Neen, België is geen broeihaard van autocultuur.  Belgen

    Read more

    Hoe komt het dat een klein land als België zoveel getalenteerde autodesigners baarde?

    Aan het autominnende klimaat ligt het alvast niet.  Grote Belgische automerken behoren reeds lang tot het verleden en Freude am fahren werd de voorbije decennia deskundig de das omgedaan.  Verkeersinfrastructuur en urbanisatie zijn vaak chaotisch en het onderhoud aan de wegen loopt voortdurend achter de feiten aan.  Neen, België is geen broeihaard van autocultuur.  Belgen houden weliswaar van auto’s, maar meer van hún auto dan van dé auto. Misschien leidt net dat gebrek aan erkenning van de auto als cultuurfenomeen en als uiting van schoonheid en plezier, tot een hardnekkigheid die bergen verzet.  Zodat jonge mensen het bekende achter zich laten om ver van huis een opleiding te volgen, stage te lopen en beslag te leggen op een eerste bescheiden job in een ontwerpstudio.  Daarna groeien ze verder, voortduren zwoegend, en ondertussen profiterend van die typisch Belgische eigenschappen: de zoektocht naar synthese en het voortdurende spel tussen koele Germaanse rationaliteit en Romaanse hartstocht.  Wellicht schuilt daarin de kern van het succes.  Misschien zette dat de Belgische autodesigners wel op de wereldkaart.

    Joost Kaesemans / febiac

    Back

  • Ontdek op BeAutomotive hoe 70.000 medewerkers elke dag meebouwen aan een van de meest innovatieve sectoren in ons land! www.beautomotive.be