Internationaliseren: een noodzakelijke uitdaging!

JJ3_5858

Vlaamse technologiebedrijven hebben nu al 1209 filialen in het buitenland, een stijging met 61 procent op amper tien jaar tijd. De 180 moederbedrijven bieden werk aan 137.500 mensen, waarvan 50.900 in Vlaanderen en 86.600 in het buitenland. Ook in de voertuigindustrie zien we deze trend zich aftekenen. Denken we maar aan bijvoorbeeld Punch, producent van automatische transmissiesystemen, dat nu al jaren met succes ook in China aanwezig is.  Maar ook producent van o.m. uitlaten Bosal is met meer dan 30 fabrieken wereldwijd een topper.  Bosal opende onlangs nog een productiefaciliteit in China.  En een recent voorbeeld is natuurlijk onze Vlaamse bus- en coachbouwer Van Hool dat ook de stap heeft gezet en in mei van dit jaar zijn eerste buitenlandse fabriek opende in Macedonië.

Internationaliseren is een noodzaak geworden voor heel wat industriële bedrijven. Oprichten van vestigingen in verre groeilanden en Oost-Europa, is meer dan ooit aan de orde. Daar zijn groeiende markten ontstaan met ook goed geschoolde en betaalbare arbeidskrachten. Maar ook dichter bij huis zit het aantal filialen in Duitsland en Nederland duidelijk in de lift. Zich inpassen in het lokale economisch weefsel, dicht bij de klant, geeft meer en meer een concurrentieel voordeel.

Opvallend daarbij is dat de bedrijven met buitenlandse filialen het ook beter doen oa. wat betreft behoud van tewerkstelling in Vlaanderen dan bedrijven die niet internationaliseren. Internationaliseren betekent dus niet het gewoon (ver)plaatsen van productie en/of commerciële & service-activiteiten naar het buitenland ten nadelen van de vestigingen hier maar het is wel het integendeel, zoals de praktijk aantoont. Het laat immers veelal toe bijkomende omzet te genereren op basis van een nieuw businessmodel, dat voor de onderneming groeimogelijkheden biedt.

Onze nieuwe regeringen staan dus nu voor cruciale beslissingen. De huidige kostenniveaus zijn voor onze maakbedrijven niet langer houdbaar en dus zijn dringend ingrijpende maatregelen nodig om hen een zuurstofinjectie te geven én hun internationale competitiviteit te versterken. Tegelijk zullen deze ingrepen onze regio aantrekkelijker maken voor internationale investeerders want ons industrieel weefsel in Vlaanderen wordt best zo vlug mogelijk met nieuwe kennisactiviteiten versterkt.

Wilson De Pril is Directeur-Generaal van Agoria Vlaanderen